Startpagina

   Schoolleven: Zorgbeleid

       Last update 20/09/2014

schoolreglementI.C.T.

De uitbouw van ons zorgbeleid is een opdracht voor ons hele team.

Binnen het team voeren enkele teamleden een aantal specifieke zorgtaken uit die het zorgbeleid op school richting geven en stimuleren.

De klasleerkracht is en blijft evenwel de eerste verantwoordelijke. Bij hem staat of valt het zorgbeleid! Hij observeert, analyseert, onderneemt, signaleert, vraagt ondersteuning, .... .

 

De uitwerking van ons zorgbeleid is gebaseerd op het continuüm van zorg. Het continuüm maakt het mogelijk de organisatie van ons zorgbeleid te situeren. Als je het continuüm in leesvolgorde doorloopt, wordt de zorg als maar meer gericht en specifiek.

 

 

 

 

In onze school:

- proberen we waar mogelijk het aanbod van de school aan te passen aan de noden en mogelijkheden van de kinderen.

- proberen we een optimale afstemming te vinden tussen wat de kinderen nodig hebben en wat de school kan bieden.

- vinden we dat kinderen mogen verschillen – dus ook de begin- en eindpunten mogen verschillen.

- hanteren we flexibele groepering van leerlingen en leerkrachten.

- stellen we voor kinderen die nood hebben aan extra zorg een leerlijn of een plan op, aangepast aan

  zijn/haar mogelijkheden, rekening houdend met de draagkracht van de school.

 

Opmerking :

In overleg met ouders, leerkrachten, directie, zorgcoördinator, CLB, externen, rekening houdend met IQ, welbevinden, betrokkenheid, competentie,  motivatie, werkhouding,  karakter, doorzetting  zal bekeken worden op welke punten extra zorg gegeven wordt. Er wordt bekeken welke verwachtingen alle betrokkenen (school, ouders, ….) van het kind mogen hebben. We hebben dan vooral oog voor het proces.

Niet de hoogte van de punten maar het behalen van de gestelde verwachtingen is het doel.

Dit wordt in het begin van het schooljaar met alle betrokkenen goed besproken.

Op de klassenraden en  MDO’S wordt de evolutie opgevolgd en zeer goed besproken in de overgangsgesprekken.

Wanneer de school, ondanks al haar inspanningen, er niet in kan slagen voldoende zorg aan de leerlingen te bieden, zal de school na overleg met alle betrokkenen doorwijzing naar buitengewoon onderwijs in overweging nemen.

 

Zorgverbreding

Op iedere school zijn er kinderen die moeite hebben met de leerstof of die sociaal-emotionele problemen

hebben. Deze leerlingen worden besproken op de klassenraad of op het MDO.

Indien nodig wordt voor deze leerlingen een zorgprocedure opgezet.

Dit kan gebeuren binnen de groep, maar ook daarbuiten.

Indien de problemen groter worden kan er een stappenplan opgesteld worden.   

           

Ambulante leerkracht, zorgleerkracht

Wanneer uit de bevindingen van de leerkrachten blijkt dat de problemen van een leerling te groot zijn om er in klassikaal verband aan te werken zal men proberen te streven naar een vorm van differentiatie en individualisatie. Dit kan georganiseerd worden door een ambulante leerkracht of het kan ook door de klasleraar gedaan worden terwijl de ambulante leerkracht de klas overneemt.

 

Kind-volg-systeem, leerling-volgsysteem

De school hanteert een kind-volg-systeem.

Een kindvolgsysteem is een systeem dat toelaat om de "schoolse" ontwikkeling van alle kinderen regelmatig gedurende hun schoolloopbaan in kaart te brengen aan de hand van gestandaardiseerde objectieve instrumenten.

Via deze toetsen kunnen de leerkrachten vorderingen van de kinderen in een ruimere groep situeren en kunnen tijdig aangepaste maatregelen genomen worden voor kinderen die (dreigen) niet (langer) optimaal (te) profiteren van het geboden onderwijs.

Zo proberen we achterstand van kinderen voor bepaalde onderdelen van de leerstof te voorkomen of te verkleinen.

 

Multi Diciplinair Team (MDT) - Multi Diciplinair Overleg (MDO) - Klassenraad

Het Multi Diciplinair Team (MDT) bestaat uit de directeur of zijn afgevaardigde, de zorgcoördinator,  de leerkracht, de CLB-medewerker  en eventueel de bijzondere leermeesters.

Leerlingen die om één of andere reden uitvallen (cognitief, psycho-motorisch of sociaal-affectief) worden dadelijk gemeld aan de leden van het MDT.

Tijdens de klassenraad of tijdens de MDO bespreking zullen de vorderingen telkens besproken  worden en kunnen de nodige handelingsplannen opgesteld, aangepast en bijgestuurd worden.

De vaststellingen van dit overleg worden kernachtig geformuleerd en in een individueel dossier ingeschreven zodat een volgende leerkracht meteen een juist zicht heeft over de beginsituatie van het kind en op die manier een optimale start kan voorbereiden. Zo wordt er preventief gewerkt.

Eventueel neemt de leerkracht contact op met de ouders om hun op de hoogte houden en zo nodig uit te nodigen op sommige MDO ‘s.

 

Zittenblijven of overzitten

Het decreet basisonderwijs geeft beslissingsrecht aan de ouders waar het gaat over de overgang van het kleuter- naar het lager onderwijs, van het lager naar het secundair onderwijs en van het gewoon naar het buitengewoon onderwijs.  Over het verloop van de zes jaren lager onderwijs zegt het decreet niets. 

De klassenraad beslist, in overleg en in samenwerking met het CLB dat onze school begeleidt, of een leerling kan overgaan naar een volgende leerlingengroep. De raad houdt hierbij rekening met verschillende belangen.

Het is de klassenraad die beslist in welke leerlingengroep een leerling, die in de loop van zijn schoolloopbaan van school verandert, terechtkomt.

Leerlingengroepen kunnen heringedeeld worden op basis van een gewijzigde instroom.  (Bijvoorbeeld in de kleuterschool na een instapdatum). Een leerling kan acht jaar in het lager onderwijs doorbrengen. Voor de toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist.

 

 

FASE 0: PREVENTIEVE BASISZORG

 

Goede zorg begint in de klas. De leerkracht doet ertoe en zijn aanpak maakt in vele gevallen het verschil. De klasleerkracht richt zich niet alleen op de preventie van problemen, maar ook op het tijdig herkennen van probleemsignalen.

 

FASE 1: VERHOOGDE ZORG                       

 

Voor sommige leerlingen volstaat de zorg op klasniveau niet. Zij hebben nood aan specifieke onderwijsbehoeften en aanpak. In deze fase worden oplossingen en manieren van aanpak gezocht die kunnen gerealiseerd worden binnen de reguliere werking en omkadering van de school. De leerling blijft zoveel mogelijk betrokken bij de klassikale lessen. De ondersteuning is erop gericht de kloof met de klasgenootjes te beperken.

FASE 2: UITBREIDING VAN ZORG

                   

Voor sommige leerlingen volstaat de verhoogde zorg niet meer, de huidige begeleiding van de leerling in de schoolse situatie dreigt vast te lopen. Het schoolteam voelt dat zijn inspanningen en deze van de ouders en van de leerling geen of onvoldoende resultaat opleveren en heeft versterking nodig. Er is nood aan bijkomende inzichten in de onderwijsleersituatie. Schoolteam en leerling/ouders besluiten het CLB-team te betrekken bij de individuele probleemanalyse.

Het CLB neemt de regie op zich voor het verloop van het traject, voor de keuze van de interventies en voor de conclusies.

Het spreekt voor zich dat in fase 2 de klasleerkracht de spilfiguur blijft bij het uitvoeren van de gemaakte afspraken.

 

FASE 3: OVERSTAP NAAR SCHOOL  OP MAAT

 

Als het zorgaanbod van de school nog steeds onvoldoende afgestemd is op de onderwijsbehoeften van de leerling, of wanneer de school onvoldoende draagvlak heeft om adequaat in te gaan op de zorgvraag, kan een overstap naar een school op maat, met een meer specifiek aanbod een zinvol alternatief zijn.